Standaardbeschrijving

 Het algemeen voorkomen:

De Voorburgse Schildkropper is een actieve middelgrote kropper, met opgerichte stand.

Het belangrijkste onderdeel van dit levendige ras is de actie. Van Gink wenste een actieve kropper, en heeft daarvoor de Norwich (lees oploper) ingekruist. In actie maken de doffers soms een sprongetje in het hok, sommigen laten dit zelfs zien in de tentoonstellings kooi.

Bij deze middelgrote kropper hoort een smal lichaam, lange benen, en een nagenoeg ronde ballon. In actie moet de staart vrij van de grond worden gedragen, is dit niet het geval dan toont de achter partij te lang, maar dit kan ook veroorzaakt worden  doordat de benen te ver naar voren zijn ingeplant. Hoewel het type smal wordt verlangd wordt bij overjarige doffers iets meer schouderbreedte toegestaan.

De ballon dient nagenoeg rond te zijn, waarbij iets blazen in de nek, en een duidelijke snoering worden gewenst. Bij een goed geblazen ballon zullen de vleugelbogen worden bedekt. Kropper specialisten zullen tijdens de keuring alles proberen om de vogels in actie te krijgen. Naast het nabootsen van een koerende kropper wil het tonen van een duivin een terughoudende doffer vaak wel in actie brengen.

Bij deze kropper passen een stel middellange benen welke in harmonieuze verhouding moeten staan met de rest van het lichaam. De belijning van de bovenbenen moet vloeiend vanuit het lichaam zijn, niet rond en de bevedering glad.

 Kleur:

De Voorburgse Schildkropper bezit een veelheid aan kleurslagen, zowel in geband als ongeband, gekrast en gezoomd. In het kleurenblok van de NBS standaard worden deze beschreven. In het verleden stond het ras bekend om zijn vele variëteiten, de zgn. Nebbelingkleuren, genoemd naar de fokker.

 Tekening:

Deze is vrij duidelijk te omschrijven: wit lichaam met gekleurd vleugelschild.

Tussen de schouders bevindt zich een driehoekig wit veld. Voor de vleugeltekening geldt dat de buitenste 7 slagpennen wit dienen te zijn.  Een maximum is niet gesteld, maar bij meer dan 12  is het schild niet meer mooi doorgekleurd en ovaal van vorm, dit geldt ook voor minder dan 7, hetgeen wel een ernstige fout is. Het aantal witte pennen links en rechts hoeft niet evenredig te zijn. De duimveren dienen in zoverre gekleurd te zijn dat de vleugelboog van voren gezien gekleurd is.

 Overig:

De oograndjes worden zo licht mogelijk verlangd.

De snavel en de nagels behoren  blank, dus vrij van kleurpigment te zijn.