Ontstaan van het Ras

Een jongensdroom verwezenlijkt: DE VOORBURGSE SCHILDKROPPER.

Wat droom je als je witte Pommerse kroppers en blauwschild Oud Hollandse Meeuwtjes in je hok hebt? C.S.Th. van Gink zal het antwoord hebben geweten, hij bezat als jongen deze twee rassen en droomde regelmatig van de kruising van deze twee, een witte kropper met een gekleurd vleugelschild: DE VOORBURGSE SCHILDKROPPER.

Dat het hem uiteindelijk is gelukt is bekend, maar de weg die hij ervoor heeft moeten volgen was lang, en de echte doorbraak van het ras heeft hij helaas niet meer mogen meemaken.

C.S.Th. van Gink werd geboren op 25 oktober 1890 in Nieuwer-Amstel, onder de rook van Amsterdam en is door de jaren heen bekend geworden als fokker, tekenaar, schrijver en keurmeester. Ook internationaal heeft C.S.Th. van Gink kennis opgedaan en later overgedragen, zo heeft hij zijn  tekenopleiding gevolgd in Chicago (VS). Beroepsmatig is hij hoofredacteur van Avicultura geweest en was jarenlang directeur van de Orion (Polygoon) fabriek. Hij overleed op 11 februari 1968.

Het bij van Gink als kleine jongen ontstane idee rond 1905 kreeg uiteindelijk vorm in 1929.

Hij tekende een schetsje van een kaalbenige schildkropper en schreef  daaronder de tekst: Schildpauwstaart x Norwich x Smierel en de datum 6 oct. 1925, dit schetsje hing hij boven zijn bureau.

Zijn uitgangspunt was om diverse kropperrassen en schildgetekende duivenrassen te gaan kruisen, met als uiteindelijk doel de Voorburgse Schildkropper. In 1929 werden enkele koppels Smierels en Schild-Pauwstaarten aangekocht voor de schildtekening en de laatste tevens voor de halslengte. Omdat van Gink zich als type een duif voor ogen had gesteld die het midden moest houden tussen een Norwich en een Brünner werd met deze twee kropperrassen gestart. Niet bewust van de lange weg die het later bleek te worden ging hij zo van start. Werd in 1930 gestart met 3 koppels, in 1934 waren het reeds 33 paren. De lijn Schildpauwstaart en Norwich gaf de meeste hoop voor de toekomst.

Wat van Gink een Norwich noemde moet gezien worden als de Uploper. Deze uit Engeland afkomstige kropper, bezat zeer veel actie, springend over de vloer waarbij de staart onder het lichaam werd getrokken.

In 1935 konden de eerste dieren worden geëxposeerd. Echter van de 35 dieren toonden er 3 een beetje ballon, maar de tekening liet nog veel te wensen waarop de doorzetter Van Gink besloot nieuwe rassen in te gaan kruisen. Om meer hals- en beenlengte te krijgen werden de Franse en de Engelse dwergkropper ingekruist. Norwich kroppers moesten zorgen voor een grotere en rondere ballon. Voor meer kleur en tekening werd gebruik gemaakt van rode en gele Steigerkroppers en Brünners. Tot slot werden Schildduiven ingekruist.

Langzaam werd het beeld wat van Gink voor ogen had benaderd en in 1938 werd het ras erkend door de Raad van Beheer.